Trouvères
TROUVÈRES De Noordfranse dichter-componisten die van de Provençaalse troubadours de hoofse lyriek en haar vormen overnamen. De bloeitijd van hun kunst valt van 1150 tot 1350. Er bleven meer dan 4000 gedichten, echter slechts ca. 1500 melodieën bewaard. Bekende vormen zijn: de ballade, de pastourelle, de tenso, de jeu-parti (een dialooglied tussen twee trouvères die debatteren over een opgegeven onderwerp). Belangrijke trouvères zijn: Blondel de Nesles, Gace Brulé, Gautier d' Épinal, Thibault IV…