Diapason
DIAPASON (Fr.) Van het Griekse ‘dia’: door, en ‘pasoon’ (chordoon): tonen, snaren. Betekent dus letterlijk: door alle tonen. In de Griekse muziek: naam van het octaaf. Uitdrukking voor de mensuur van de instrumenten; b.v. de juiste plaats van de toongaten bij de fluiten, de lengte van de snaren bij de snaarinstrumenten, enz. Algemene stemming. Toonhoogte, stemhoogte. Bepaalde overeengekomen toon (diapason normal) die de verhouding van al de klanken onderling met elkaar vaststelt. Het…