Élan
ÉLAN (Fr.) Van het Lat.: e(x): uit, lancea: lans. 1 Geestdrift. (It.: lanceo.) B.v. iets met élan (geestdrift) voordragen, zingen of spelen. Voordrachtsaanwijzing. 2 Versiering, gebruikt bij de oude Franse zang, samengesteld uit een ‘port de voix’ (Portamento) en een accent (Verlenging).