Het instrument bestaat evenals de fagot uit een conische buis, die in tweeën gebogen werd, met aan het ene uiteinde een ketelvormig mondstuk en aan het andere een klankbeker. De toongaten worden afgesloten met kleppen, aanvankelijk acht tot negen en later zelfs tot elf en twaalf. Meestal werd de ophicléïde in C of Bes (b) vervaardigd. Omvang: B1c2 of A-b1. Halary bouwde ‘contrabasophicléïdes
’ in F of Es, een octaaf lager dan het gewone (bas) instrument en...