Phonascus
PHONASCUS (Gr.) Zangleraar, in de 16de eeuw ook (knapen-) kapelmeester. Glareanus maakt in zijn ‘Dodekachordon’ (1547) onderscheid tussen de ‘phonascus’, d.i. de componist van een goede melodie, en de ‘symphoneta’, d.i. de schepper van een meerstemmige compositie.