Tot de meest archaïsche vocale uitingen behoren wellicht de roepen van venters en herders, die o.m. gebruik maken van niet gefixeerde intervallen, en de twee-of drietonige kettingen van korte motieven die door de kinderen worden gezongen. Kinderen maken verder ook veel gebruik van vier-, vijf-, en zestonige toonladders. Kinderliederen worden pas vanaf het midden van de 19de eeuw opgetekend, maar dergelijke toonladders worden mogelijk al van vóór de middeleeuwen overgeleverd. Ook in het traditionele...